Categoriearchief: Poëzie

Vormvast?

‘k Verdiep me in het dichten
Een dichter schuilt in mij
Ontdaan van vele plichten
Ontketend, komt hij vrij

Verzamelt een stel regels
Zo recht onder elkaar
En volgt dan strikte regels
Taalkundig woekeraar

Hij corrigeert en schrapte
Veel noten op mijn zang
Geen jota die men snapte
Van dichten onder dwang

Ik laat die dichter dichten
Al zijn zijn regels star
Ik moet wel voor hem zwichten
Zijn humor is bizar

In mij huist ook een dichter
Van ‘t liederlijke soort
Beneveld van verliefdheid
Op kleur of klankakkoord

Die houdt zich niet aan regels
Als woordenboemelaar
Die is gewoon een liefhebber
Taaltechnisch een barbaar

Die schildert zwarte zwerken
Let niet op rijm of tijd
Die laat zijn hartstocht zwalken
Doet niet aan deftigheid

Die ene is mijn anker
Die andere sleept mee
Als ik zou mogen kiezen
Dan koos ik alle twee

Ik heb ze beide nodig
Ze zijn mijn levenskans
De ene brengt me verder
De ander in balans

.                                            Sander Essers

Vogeltje mijn

Een vogeltje heb ik gebouwd
Maar ‘t beestje wil niet vliegen
Levensecht is ’t welbeschouwd
Kop, lijf, vleugels, staart
Alles zonder rekenfout
Met echte veertjes, elk detail
Een vogeltje heb ik gebouwd
Maar ‘t beestje wil niet vliegen
Ik zette hem al voor het raam
Deed hem alles voor, alles gegeven
Met vogelsap besmet, maar
Niet vatbaar voor het leven
Een vogeltje heb ik, van hout.

                                                                   Sander Essers

Het Park vertelt – Ik luister

Kale stammen, stram, afwachtend,
in hun dorre blad dat knispert
op de maat van mijn stappen.
Groen opgeklommen bomen fluiten, tsjilpen
en trillers klinken in zon en wind.
Japans-groen barsten takken open.
Die kleur mag weer, is zelfs ‘in’.

Stijlvol weigert het museum oorlog uit te stralen,
maar een entree geeft het besef
dat deze plek zwaar is bevochten,
opdat wij nu …
Hier schieten jonge brandnetels uit de grond,
rust een oud stuk geschut, door machtige taxussen beschut.
Zó oud, roept de houwitser geen angst op, maar herinnering
aan geschiedenislessen van Lopes Cardozo,
aan Lou de Jong in zwart-wit op de beeldbuis …
Geborgen samen op de bank, verbonden in ontzetting,
toen ik leerde hoe de wereld in elkaar zit en dacht
dat ik ooit alles zou weten.

Een dikke retriever komt vriendelijk aangewaggeld;
zijn staart roeit  hem naar  me  toe.
Een reusachtige eik met slobberkousen over zijn voeten.
Zes puntige palen pontificaal door een dak gestoken,
als beschutting bij optredens en ik
stel me een akoestisch effect voor.
Een conisch gevederde blauwgroene boom, gele forsythia,
witte magnolia, nog groene rododendrons …
de kastanje spreidt voorzichtig haar vingers;
enorme beuken houden zich op de vlakte.
Ruimte …
Weidse gazons, nestkastjes in bomen, zandpaden,
asfalt fietspaden – ja, het kan hier drassig zijn,
reeën achter hekwerk; de hun toegewezen bomen zedig
met een borstwering van planken rokjes.
Een cultuurlandschap dat duizenden mensen trekt,
maar nu, begin april, stil tot mijmeren verleidt.

… en dan, een perk kil knerpend grind:
Schreeuwende scherven van de betovering
versterken de lokroep van hiernaast:
De Hemelse Berg, ruiger, met struikgewas,
ruisende watervalletjes, royale vijvers,
onze arcadische invulling van ‘natuur’.
Zou dat op oerbos lijken?
‘Natuurlijk’ meer dan het cultuurpark.
Mooi, zo naast elkaar.
Ik loop over … van mijn mijmerpark.

                                                  Sander Essers, park Hartenstein, Oosterbeek

Van God Los

Narcissus in een spiegeltent,
gekke bekken trekkend als een
sardonische killer clown,
beducht voor belerende, beledigende bedreigingen
achter die spiegels voor, naast en achter je,
uithalend naar geesten en gedaanten in die spiegels,
alles van glas en alle beeltenissen tot scherven vertrappend,
maar teder
je eigen handspiegel vasthoudend, koesterend.
Zo, zo zie ik jou ronddolen in de wereld
die jij als jouw privé speeltuin
probeert te bestieren.
Why, Donald?
To what end …
.                                                                             dr. Anders, 31-07-2017

Jaarwisseling

Het nieuwe jaar zit er aan te komen
De tijd legt zijn huid af, vervelt
Tijd voor nieuwe of ’t vervullen van oude dromen
Rond hogere doelen of gewoon rond plat geld

Heb jij j’ al iets voorgenomen
Iets met roken, drinken, sporten – alles telt
Het nieuwe jaar zit er aan te komen
De tijd legt zijn huid af, vervelt

Ook mijmerend kun je de jaargrens verdromen
Word je bij nachten door kwade gedachten gekweld
Als terugblikken met visionair dromen versmelt
Laat je gemoed, fantasie en moed maar stromen
De tijd legt zijn huid af, vervelt.

                                       Sander Essers, Renkum, 30-12-2015