Tagarchief: gratis geld

Gratis, bijziend, doof

Gratis geld?
Met het invullen van mijn inkomstenbelasting zie ik weer dat de overheid ervan uitgaat dat ik 4% rente over mijn spaargeld krijg, terwijl dat bijna niemand lukt en zij zelf medeplichtig is aan het onmogelijk maken hiervan. Ja, medeplichtig, doordat de staatsobligaties al jarenlang maar een fractie hiervan opleveren en door haar steun aan de activiteiten van de Europese Centrale Bank (ECB) waarbij grote sommen geld in de economie gepompt worden, zonder dat daar waarde tegenover staat. (Dat laatste was ook het geval aan de vooravond van de grote beurskrach in 1929 en de daarop volgende Depressie.) Die activiteiten hebben tot gevolg dat geld voor sommige instellingen (banken) bijna gratis te lenen is. Dit is concurrentievervalsing voor spaarders die niet over dat gratis geld kunnen beschikken. Steun aan de banken en bankiers, uitgaande van een verondersteld trickle-down principe. Deze maatregelen worden door velen gezien als incompetente noodsprongen om de economie te redden. Daardoor verliest de bevolking nog meer vertrouwen in de economie, de werkgelegenheid en de eigen toekomstige financiële situatie en geeft derhalve nog minder uit. Probleem is dat de ECB een bijziende econocratische blik heeft op wat de mensen en instituten beweegt om te sparen of uit te geven. De beslissers van de ECB kennen slechts één medicijn. Dat wordt ons in steeds grotere doses door de strot geduwd, terwijl al duidelijk is dat het niet werkt en dat de bijwerkingen zwaar zijn.

Ik vrees dat de bijwerkingen desastreus zijn. De economische malaise is grotendeels door de financiële wereld veroorzaakt en de oorzaken zijn nauwelijks aangepakt of veranderd.
(De waarde van het geld dat ik door werk en zuinigheid heb weten te sparen, verbrokkelt; mijn pensioen verliest koopkracht. Maar veel belangrijker is de mogelijke instorting van het economisch systeem en van de desintegratie van de samenleving die dit tot gevolg kan hebben.)

‘Willen jullie harder?!’
Ik zie een parallel met het geluidsniveau bij de groepslessen in de sportschool. Omdat de populatie vergrijst, er kennelijk weinig jong volwassenen in de sportschool komen, en omdat jongeren vaak van harde muziek houden, schroeven de sportdocenten het muziekvolume op om meer jongeren te trekken. Zodanig zelfs dat gehoorbeschadiging optreedt. Ook hier zie ik een denkfout. Zo haal je geen jongeren binnen, maar beschadig je alleen de aanwezigen. Tenzij je de deuren open zet en de muziek zo hard, dat je buiten op straat hoort dat er een feestje is. En dan nog is het de vraag of je zo je jongere publiek bij elkaar moet sprokkelen.

>> Vraag mensen aan de bar: ‘Willen jullie gratis bier?!’ en iedereen roept: ‘Jaaaa!’ Is dat gezond? Is dat verantwoordelijk?

>> Vraag de sporters: ‘Willen jullie harder?!’ ‘Jaaaa!’, roepen ze.              (Hierdoor heb ik intussen tinnitus en doofheid opgelopen.)

>> Vraag mensen met schulden: ‘Gratis geld?!’ ‘Jaaaa!’
Is dat wijsheid? Is dat verantwoordelijkheid?

Wie is er verantwoordelijk als het mis gaat? De ECB is too big to fail.

.                                                                      door dr. Anders, 31-03-2016